Dierenziekenhuis Groningen

Get Adobe Flash player

Buurtkrant

Voor de rivierenbuurt in Groningen schrijven we 4 a 5 keer per jaar onze buurtkrant.

Hieronder vind u de laatste uitgaves.

Buurkrant "vreemde vogels"

 

Vreemde vogels…….

 

In de 40 jaar dat ik dierenarts ben heb ik heel veel dieren en baasjes langs zien komen. En natuurlijk zijn er situaties die je nooit zal vergeten omdat ze uitzonderlijk, komisch of juist heel ontroerend waren. En juist als je denkt dat je alles wel eens hebt gezien, komt er weer zo’n vreemde vogel op je pad.

 

Het was op een vrijdagavond dat ik bij een ons onbekende grijze roodstaart de nagels moest knippen. Bij papegaaien gehouden in een kooi, groeien de nagels vaak te ver door als de zitstokken niet dik genoeg zijn. Om jezelf te beschermen tegen de scherpe snavel van de vogel wikkel je ze in een handdoek, waarna je een poot tevoorschijn tovert om de nagels veilig te kunnen knippen.De papegaai neemt je dit niet in dank af en schreeuwt de praktijk bij elkaar, hoe voorzichtig je ook bent. Toen alles geknipt was, bevrijdde ik de vogel uit de handdoek.

Mijn hart stond stil toen ik naar een snavelloze vogel keek en er een losse snavel op tafel lag. Dat kon niet waar zijn! Wat bleek, deze vogel had een snavelprothese. Vanwege een infectie was de snavel jaren geleden losgeraakt en door een ervaren vogeldierenarts met speciale kit weer vastgezet. Door de worsteling in de handdoek was deze losgeraakt en keek de papegaai me verwijtend aan met een gat in zijn kop. Het was al laat op de vrijdagavond maar gelukkig bleek de collega vogeldierenarts bereid om ’s avonds laat nog een snavel te gaan plakken!

Mijn hart stond stil toen ik naar een snavelloze vogel keek en er een losse snavel op tafel lag. Dat kon niet waar zijn! Wat bleek, deze vogel had een snavelprothese. Vanwege een infectie was de snavel jaren geleden losgeraakt en door een ervaren vogeldierenarts met speciale kit weer vastgezet. Door de worsteling in de handdoek was deze losgeraakt en keek de papegaai me verwijtend aan met een gat in zijn kop. Het was al laat op de vrijdagavond maar gelukkig bleek de collega vogeldierenarts bereid om ’s avonds laat nog een snavel te gaan plakken!

      

Toen ik begon als dierenarts hadden we 2 valkeniers in de praktijk. Het was een warme zomernacht en wilde ik tijdens de dienst na een spoedgeval de praktijk afsluiten. De lichten waren al uit. Plotseling zag ik op de muur bij de balie een levensgrote schaduw van een vogel op een vuist. Ik schrok me een ongeluk en draaide me om. Daar stond een van de valkeniers, een heel klein mannetje met een vrouwtjeshavik op zijn arm. Compleet met kapje en leren veter.

Hij had met haar gejaagd en ze had een kip op het erf bij een boer gesnaaid. Dat was uiteraard niet de bedoeling en dus was de boer de vogel met een riek te lijf gegaan. Ze had een wond in haar nek die gelukkig goed te behandelen was.

 

En dan die vreemde vogel waar ik me nog steeds voor schaam. Er kwam een norse meneer met een zalmkleurig kanarietje in een klein reiskooitje. Hij zingt niet meer… was het enige wat ik uit de man kreeg.Ten einde raad bedacht ik dat ik dan maar de vogel uit het kooitje moest halen om hem beter te kunnen bekijken. Dat ging heel lastig. Ik kreeg de staart te pakken maar dat vond de kanarie geen goed idee. Met luid geschreeuw rukte het vogeltje zich los en stond ik met een zalmkleurig waaiertje in mijn hand.

De eigenaar vertrok echter opgetogen omdat er weer geluid uit het dier was gekomen.

 

Een andere kanarie kwam met een bijna afgestorven pootje vanwege een te strakke ring. Het lukte niet het pootje te behouden en daarom wilde de eigenaar toen de vogel niet meer terug. Dus de kanarie mee naar huis! We hebben nog vele jaren plezier van hem gehad tot hij op een ochtend met een pootje in de lucht in zijn kooi lag….

 

Als laatste het verhaal van een agapornis uit een studentenhuis. Ondanks alle aandacht van de heren studenten werd het vogeltje steeds kaler. We hebben werkelijk alles geprobeerd, maar uiteindelijk was ze helemaal kaal met alleen nog een rood veertje op haar kop. Ze sprong en hipte vrolijk over tafel en is verder als Aagje Porno door het leven gegaan….

 

Anneliek van der Bilt, dierenarts Dierenziekenhuis Groningen 


 

Buurtkrant november/december 2016

De deadline voor een stukje in dit krantje naderde de afgelopen dagen …..nov2016

Maar gelukkig leek er aan het einde van de week ook genoeg ruimte in de

praktijkagenda te zijn om iets leuks te gaan schrijven. Tot het einde van de

week er opeens was, de spoedgevallen zich volop meldden en voor we er goed

en wel erg in hadden de dag, en zelfs de week alweer voorbij was.

Een rotweek voor mij, want van alle spoed patiënten was er één dier van mijzelf …..

Sjors, mijn prachtige witte lieve kat. En hoewel ik veel levens gered had ….. Sjors overleed.

Geen zin even om te schrijven, geen zin in beestenbende …. Tot ik in het op zondag

onderstaande blog las….. Tranen biggelde over mijn wangen …. Ik kon het helemaal

visualiseren …. En ja, ik had weer zin in morgen, in de beestenbende, zelfs in een

stukje schrijven. Maar omdat de deadline voorbij was …. Gun ik u gewoon de blog.

 

“Kom voorrrrr”. Ik schrik van de plotselinge kreet van de man die op het grasveld naast het hondenuitlaatpad staat.
Net op het moment dat ik hem passeerde dacht ik nog, wat een enge man, wat staat hij daar nou in zijn eentje met die wollen grijze muts over zijn oren getrokken op dat grasveld.
Vanuit de bosjes komt er met een bloedgang een enorme Duitse Herder tevoorschijn. In een rechte lijn rent hij op de man af, en een centimeter voor zijn voeten gaat hij zitten en kijkt met zijn tong uit zijn mond enthousiast naar zijn baas. “Af”, klinkt het streng.
De hond duikt direct plat op de grond. “Blijf”, zegt de man terwijl hij met zijn wijsvinger zijn commando kracht bij zet.
De man draait zich om en loopt weg van de hond. Met grote stappen loopt hij mijn richting op.
Het is een hele lange man. Zijn handen zitten diep in zijn zakken gestoken, tientallen gele bladeren verpulveren onder zijn zware bergschoenen.
Ik besef dat ik stil was blijven staan en loop snel verder. “Goedemiddag”, zegt de man met een vriendelijke stem die ik niet bij zijn uiterlijk vind passen.
“Goedemiddag”. Langs zijn gezicht kijk ik naar de hond die nog steeds plat in het gras ligt. Zijn oren zijn gespitst en wachten duidelijk op het seintje dat hij mag komen.
De man besteedt geen aandacht aan de hond en lijkt meer geïnteresseerd in mij. Zijn ogen glijden over mijn lijf heen. Het geeft mij een ongemakkelijk gevoel. Ik kijk snel even om mij heen. In de verte komt er gelukkig iemand aanlopen.
“Wat een goed opgevoede hond heeft U”, zeg ik terwijl ik een knikje maak met mijn hoofd richting de hond.
De man kijkt voor het eerst ook weer even naar zijn hond waarop deze direct zijn hoofd nog iets hoger houdt. Als de man weer wegkijkt zakt het hoofd teleurgesteld weer naar beneden. Nog steeds geen nieuw commando.
“Bedankt, dat is mijn passie. Honden trainen zit in mijn bloed”. Duitse herder
“Knap hoor”, zeg ik gemeend en maak aanstalten om weer door te lopen.
De persoon die ik in de verte aan had zien komen lopen is nu heel dichtbij.

Het is een jonge vrouw met een Chihuahua aan een riempje. Ze glimlacht

naar ons. Ik zie dat haar ogen plotseling blijven hangen op de Herder in

het gras en met een snelle beweging pakt ze direct haar hondje op en houdt

deze op haar arm.
“Waarom pak jij jouw hond op?”, vraagt de man. Hij fronst zijn donkere

wenkbrauwen die hierdoor tegen de rand van zijn muts aangedrukt worden.
“Omdat mijn hond bang is voor Herders, hij is vroeger aangevallen door

een Herder”.
“Aangevallen?”, herhaalt de man.
“Ja, toen hij klein was”.
De man kijkt even naar het hondje op haar arm en begint dan hardop te lachen. “Toen die klein was?”, buldert hij.
De vrouw glimlacht flauwtjes.
De man blijft lachen. “Die Herder was zeker al heel oud dan?”.
“Geen idee, hoezo vraagt u dat?”.
“Nou, jouw hondje heeft de aanval van een Duitse Herder overleefd. Die herder zal wel geen tanden meer gehad hebben dan denk ik. Of had hij wel bijtwonden?”.
“Nee, ze had gelukkig niks”, zegt de vrouw bloedserieus.
De man kijkt haar aan alsof hij water ziet branden en schudt zijn hoofd.
“Aangevallen, zei je toch net?”
“Ik was er erg van geschrokken “, zei de vrouw zachtjes. Ik vermoed dat ze zelf ook wel weet dat dit waarschijnlijk geen echte aanval was geweest destijds.
“Dus als ik het goed begrijp til jij nu je hondje bij iedere herder op omdat jij er bang voor bent?”.
Ik voel de spanning in de lucht hangen en vraag me af waarom ik hier nog bij sta. Ik heb totaal geen zin om in dit gesprek betrokken te zijn.
Plotseling verandert de houding van de rustige vrouw.
“Laat mij lekker mijn hondje beschermen als ik dat prettig vind”, schreeuwt ze ineens. Vanuit het niets geeft ze de man een harde duw tegen zijn schouder waardoor de Chihuahua zijn lip optrekt en hard begint te blaffen.
Ik steek mijn hand op en besluit om snel verder te gaan.
“De man steekt allebei zijn handen in de lucht naar de vrouw met de Chihuahua en zegt: “Rustig maar hoor, ik wist niet dat je kwaad werd”.
“Kom Nero wij gaan lekker verder wandelen”, zegt de vrouw tegen haar hondje.
Nero, denk ik, en lach in mezelf.
Met gebogen hoofd vervolg ik mijn weg in de tegenovergestelde richting als de vrouw. De man blijft in het midden achter.
Mijn hart slaat een slag over wanneer ik weer die enorme harde kreet hoor: “Kom voorrrrr!”.
Wanneer ik achterom kijk zie ik hoe de hond dolenthousiast voor zijn eigenaar zit. De man aait hem en zegt: “Braaaaf Peertje”.
Peertje! Hoe komt die erop denk ik.

 

De volgende dag zie ik de man stomtoevallig voor de tweede keer lopen. Peertje loopt dicht naast hem.
Hij steekt zijn hand naar mij op. Ik zwaai terug en loop snel door.
Vanuit een zijweg komt de vrouw met de Chihuahua aangelopen.
De man ziet haar ook aankomen. Vliegensvlug tilt hij zijn herder op. Een hand onder zijn buik en een hand onder zijn hals. De grote herder hangt gewillig in zijn armen als hij de vrouw met de Chihuahua passeert. Zijn gezicht strak in de plooi.
De vrouw laat haar Chihuahua op de grond lopen en kijkt naar dit vreemde tafereel met verbazing in haar ogen. Op het moment dat ze elkaar passeren zegt de man tegen zijn hond: “Niet bang zijn Peerke, alles komt goed”.
“Wat doe je nou toch achterlijk”, zegt de vrouw met een veel te hoge stem.
“Ja sorry, maar ik ben weleens aangevallen door een vrouw met een Chihuahua en sindsdien ben ik een beetje bang geworden.

(Copyright Saskia Jansen Storyteller 2016)


Jaargang 15 nummer 4 Gratis Beestjes?

Eigenlijk weet iedereen het wel. Als je een huisdier hebt, een hond of een kat waar je veel plezier aan beleeft, krijg je daar soms een aantal beestjes bij. Gratis en voor niets! We hebben het natuurlijk over parasieten. Kleine diertjes die profiteren van uw huisdier. Ze leven in of op uw dier en komen in vele soorten voor: vlooien, teken, wormen enz.
Omdat deze beestjes schadelijk zijn willen we daar wat aan doen. Wij willen het in dit artikel in het bijzonder hebben over vlooien en teken. Vlooien en teken komen veel en vrijwel overal voor. Beide soorten hebben een levenscyclus. Dit is de ontwikkeling van ei tot volwassen vlo of teek, die dan weer eieren legt en zo een nieuwe cyclus start. Voor het in stand houden van die cyclus hebben deze beestjes meerdere bloedmaaltijden nodig. En die maaltijd nuttigen ze op uw geliefde huisdier. Ze zien uw hond of kat eigenlijk als een geweldige eettafel waaraan ze zich te goed kunnen doen.

Omdat beide soorten een aantal kenmerkende eigenschappen hebben bespreken we ze apart.

Allereerst de vlooien.

Vlooien die we zien zijn in de meeste gevallen kattenvlooien. Met een deftige naam: Ctenocephalides felis. Ze leven in de omgeving, buiten en in huis. Als u ze aantreft op uw dier moet u er rekening mee houden dat het grootste gedeelte (95%) van het vlooienvolk zich in huis bevindt. De andere 5% bezoekt uw dier om een bloedmaaltijd te nuttigen en eitjes te leggen. Deze eitjes vallen van het dier op de grond. Uit de eitjes komen larven die niet erg van licht houden en daarom wegkruipen in naden, kieren, vloerbedekking, ligkussen etc. Ze groeien en verpoppen zich op een gegeven moment en worden zo weer een volwassen vlo die op zijn beurt uw dier gaat bezoeken. De vlo legt weer eitjes en de cirkel is rond.

Hoe snel deze cyclus verloopt is afhankelijk van verschillende factoren: vocht en temperatuur spelen een belangrijke rol. De gemiddelde duur van een cyclus is 3 tot 4 weken, maar kan zich ook binnen 2 weken voltrekken. De verpopte larven kunnen lange tijd overleven. Een cocon beschermt ze prima. Als de omstandigheden gunstig zijn breekt de vlo uit de cocon. Omdat de huizen tegenwoordig prima verwarmd worden in de winter kom je vlooien gedurende het hele jaar tegen.

Waarom willen we deze vlooien bestrijden? Zoals gezegd zijn vlooien parasieten. Ze leven ten koste van hun gastheer, uw hond of kat. Ze veroorzaken met hun beten irritatie. Uw dier zal krabben en bijten om de jeuk tegen te gaan en de lastige vlo te pakken te krijgen. Met dit krabben en bijten kan de huid beschadigen en zo nog meer trammelant veroorzaken. Ook veroorzaakt het speeksel dat de vlo bij het bloedzuigen gebruikt bij uw huisdier reacties. We spreken dan van vlooienallergie. Het beetje bloed dat de vlo opzuigt is niet nadelig voor de gastheer. Soms zie je bloedarmoede bij jonge pups en kittens die veel vlooien hebben. Maar de vlooien kunnen met hun beet ziekten overbrengen. Ziekten zoals leukemie bij katten. Ook zijn de vlooien een belangrijke besmettingsbron van lintwormen.

En als we de vlooien niet bestrijden zullen ze in aantal toenemen en een ware plaag gaan vormen in uw huis.

Dierenziekenhuis Groningen kan u het juiste middel adviseren om deze vlooien te bestrijden en uw dier te beschermen voor vlooien. Door een maandelijkse behandeling blijft uw dier en daarmee ook uw huis vrij van vlooien .

En dan hebben we nog de teken.

De teken leven buiten in de natuur. Niet alleen in bossen en duinen, maar je kunt ze overal aantreffen, ook in de tuintjes in de stad. De meest voorkomende tekensoort is actief als de buitentemperatuur boven 10 graden komt. Het tekenseizoen loopt daarom meestal van maart/april tot oktober/november, maar ook in de winter als de temperatuur hoog genoeg is worden tekenbeten gemeld.

Net als de vlooien hebben de teken bloed nodig om hun levenscyclus in stand te houden. Teken halen hun bloed uit zoogdieren die ze tegenkomen. Dit kunnen in de natuur bijvoorbeeld muizen, egels en herten zijn, maar ook uw kat of hond die zijn dagelijkse wandeling maakt. De teek komt vanaf de vegetatie, gras en struiken, op zijn gastheer en hecht zich vast aan de huid. Gedurende een paar dagen neemt het dier zijn bloedmaaltijden en laat zich, dik en rond volgezogen, daarna vallen op de grond. Hun groei gaat dan verder tot volwassen teek die weer eitjes legt waaruit de volgende generatie komt. In hun groei van larve tot jonge teek (nimf) en daarna tot volwassen teek zijn drie bloedmaaltijden nodig.

Teken kunnen verschillende ziekten overbrengen. Hier zijn hele vervelende ziekten bij zoals de bloedziekte babesiosis. Maar het bekendst is de ziekte van Lyme. Ook de mens kan deze ziekte via teken krijgen als de teek de mens als gastheer gebruikt.

Vandaar dat het zeker aan te bevelen is om uw dier te beschermen tegen tekenbeten.

Bij Dierenziekenhuis Groningen kunt u weer volledig advies krijgen hoe u voor die bescherming kunt zorgen.

Zo kunt u blijven genieten van uw huisdier. Zonder die gratis beestjes!

 

Dierenziekenhuis Groningen

Jaargang 15 nummer 3 Vergiftiging bij huisdieren

Als een huisdier iets eet of drinkt wat niet voor hem bestemd is, is het mogelijk dat het dier daarbij een vergiftiging oploopt. Veel stoffen die wij in huis hebben zijn ongezond voor dieren. Huishoudproducten, planten, medicijnen en andere stoffen zijn al gauw verdacht, maar ook etenswaren die voor de mens geen enkel kwaad kunnen, zijn voor dieren soms gevaarlijk. In dit stuk wordt een aantal van deze giftige stoffen besproken.

Chocolade vormt een gevaar voor uw huisdier. In chocolade zit namelijk theobromine. Deze stof is voor de mens niet giftig maar wel voor dieren als honden, katten, paarden, papegaaien en fretten. De hoeveelheid theobromine die ziekteverschijnselen veroorzaakt verschilt per hond. Dat maakt het inschatten van het gevaar moeilijk. Daarom is het altijd belangrijk om contact op te nemen met de dierenarts als uw hond chocolade heeft gegeten. Overigens is er naast chocolade zelf nog een bron van mogelijke cacaovergiftiging: cacaodoppen die in tuinen gebruikt worden bevatten ook theobromine en kunnen vooral voor honden aantrekkelijk zijn om op te eten!

Druiven en rozijnen: Tot op heden is vergiftiging door druiven of rozijnen alleen waargenomen bij honden. Waarom druiven en rozijnen giftig zijn voor honden is onbekend en ook de gevoeligheid lijkt sterk te variëren tussen honden. Er zijn vermeldingen van een giftige werking vanaf ongeveer 20 gram druiven per kg lichaamsgewicht, bij rozijnen kan dit al vanaf 3 gram per kilo lichaamsgewicht zijn. Braken en diarree zijn de eerste tekenen van vergiftiging met druiven of rozijnen en dit treedt meestal op in de eerste 6 tot 12 uur na de opname.

Allium soorten (ui-achtigen) bevatten bepaalde stoffen die uiteindelijk omgezet worden in zogenaamde 'oxidanten'. Deze oxidanten kunnen de rode bloedcellen beschadigen. De giftige stoffen in Allium soorten kunnen niet onschadelijk worden gemaakt door verhitting of drogen, ook gedroogde of gebakken uitjes zijn dus gevaarlijk! Knoflook is voor honden wat minder gevaarlijk dan ui. Als de rode bloedcellen eenmaal beschadigd zijn, krijgt het dier bloedarmoede en neemt het zuurstoftransporterend vermogen van het bloed af. Honden en katten zijn erg gevoelig voor uienvergiftiging.

Macadamianoten worden gegeten als snack en soms in koekjes en snoep. Bij honden worden na het eten van deze noten nog wel eens reacties gezien, meestal binnen 12 uur. De symptomen zijn zwakte (met name van de achterpoten), sloomheid, braken, een dronkemansgang en een hoge lichaamstemperatuur.

Advocado is voor heel veel zoogdieren en vogels giftig. Het eten van avocado kan leiden tot celdood in de hartspier. Zeer waarschijnlijk is de stof persine het giftige bestanddeel in avocado's.

Vogels worden sloom en benauwd (ademen met open snavel) en stoppen met eten. Vocht hoopt zich op in het hals- en borstgebied en uiteindelijk kunnen ze sterven.

Xylitol wordt gebruikt als kunstmatige zoetstof in snoep, kauwgom, tandpasta en sommige producten voor diabetici. Bij honden heeft xylitol een andere werking dan bij de mens. Het zorgt ervoor dat er veel insuline in de bloedbaan wordt vrijgegeven, waardoor de hoeveelheid suiker in het bloed flink daalt. Al vanaf een half uur na inname geeft dit symptomen als braken, zwakte en slapheid, toevallen, leverfalen en coma, waarna de hond kan overlijden. Bel bij verdenking van xylitolvergiftiging altijd de dierenarts.

Voor mensen bedoelde medicijnen kunnen voor dieren erg gevaarlijk zijn. Het is daarom van groot belang om nooit zomaar uw eigen medicijnen of pijnstillers aan uw dier te geven! Zorg ervoor dat medicijnen veilig opgeborgen zijn zodat uw huisdier er niet bij kan. Pas op met medicijnen in uw handtas.

Paracetamol is vooral voor katten erg giftig, al vanaf ongeveer een vijfde tablet (vanaf 20 mg paracetamol/kg lichaamsgewicht). Bij honden is dit giftig vanaf zo'n 150 mg/kg lichaamsgewicht. Bij katten zwellen kop en poten
op, de slijmvliezen worden donker en de kat raakt benauwd. Dit treedt al kort na inname op.

Teflon, koekenpannen, gourmetstellen, grills zijn meestal voorzien van een anti-aanbaklaag. Deze teflonlaag bevat echter polytetrafluorethyleen, een stof die bij vogels ernstige acute benauwdheid kan veroorzaken als de anti-aanbaklaag oververhit raakt. De vogel kan zelfs acuut sterven. Gebruik deze apparaten dus niet in het bijzijn van uw vogel: zet de vogel even in een andere ruimte als u apparatuur met een anti-aanbaklaag gebruikt en laat de ruimte daarna doorluchten.

Vergiftigingen door antivries komen regelmatig voor. Antivries heeft een voor honden onweerstaanbare zoete geur en smaak. Ethyleenglycol wordt in het maag-darmkanaal snel opgenomen. In de lever wordt het omgezet in een oxalaat. In de nieren wordt dit geconcentreerd, waardoor calciumoxalaat-kristallen ontstaan welke de nieren beschadigen. Omdat er bij een ethyleenglycolvergiftiging geen tijd te verliezen is, moet u direct contact opnemen met uw dierenarts. Het is namelijk zaak zo snel mogelijk restanten ethyleenglycol uit de maag te verwijderen en met infusen te beginnen. Eventueel kan uw dierenarts u aan de telefoon vragen om uw dier thuis alvast alcohol (jenever of wodka) te geven, waarna u met spoed naar de kliniek vertrekt. De bedoeling hiervan is dat de lever de sterke drank gaat verwerken in plaats van de ethyleenglycol om te zetten in het schadelijke oxalaat. Pas deze methode alleen toe als uw dierenarts dit adviseert, nooit op eigen initiatief!

Onder zowel buitenplanten als kamerplanten zijn veel soorten die giftig kunnen zijn voor uw huisdier. Een aantal voorbeelden van planten die giftig zijn, wordt hier genoemd.

Let op: onderstaande opsommingen zijn niet uitputtend; er zijn nog meer giftige planten! Raadpleeg bij twijfel een dierenarts.

Voor de feestdagen binnenkort geldt:

De kerstster (Euphorbia pulcherrima) Dieren krijgen er meestal enkel maagdarmklachten (braken, niet willen eten, sloom) van, die vanzelf over gaan. Heeft uw dier er van gegeten dan kan het toch verstandig zijn de dierenarts te raadplegen: een antibraakmiddel kan bijvoorbeeld verlichting bieden.

Hulst (Ilex aquifolium) bevat net als chocolade de stoffen cafeïne en theobromine, maar wel in veel lagere concentraties dan in chocolade. De giftige effecten zijn dan ook toe te schrijven aan andere giftige stoffen in de plant. Symptomen zijn speekselen, braken, niet eten en diarree. Daarnaast kan het dier met de kop schudden en smakken. Om irritatie van de slijmvliezen in de bek te beperken, kunt u de bek spoelen met water.

Maretak (mistletoe, Viscum album) is minder onschuldig. Het kan braken, diarree, grote pupillen, snel zwaar ademen, shock en in sommige gevallen dood veroorzaken. Houd dit kerstplantje dus liever buiten de deur als u huisdieren heeft.

De kerstroos (Helleborus niger) is flink giftig en kan darmklachten en hersenverschijnselen geven zoals braken, diarree en verlamming.

Andere giftige planten zijn:

Lelies zijn voor katten erg giftig. Een bekend voorbeeld is de tijgerlelie (Lilium tigrinum). Een enkel blaadje kan soms al nierfalen veroorzaken.

Giftige bolbloemen die vaak in huis worden gehaald zijn narcis, krokus, Amaryllis en tulp. Van deze bolgewassen zijn zowel de plant als vooral ook de bol giftig. Zorg er voor dat honden en katten de bollen niet kunnen opgraven en houd de dieren uit de buurt als u gaat planten. Ook de hyacint en het sneeuwklokje zijn giftig, maar in wat mindere mate.

Bekende, giftige kamerplanten zijn onder andere

  • Aloe vera
  • Azalea
  • Calla (Zantedeschia)
  • Cyclamen (cyclame)
  • Dieffenbachia
  • Dracaena soorten, zoals Dracaena marginata
  • Ficus
  • Monstera (gatenplant)
  • Philodendron
  • Sansevieria (o.a. vrouwentong)
  • Schefflera (vingersboom)
  • Solanum pseudocapsicum (Oranjeboompje, Appeltje der liefde)

 

Heeft uw dier iets verkeerds gegeten, laat het dan nooit zomaar braken. Bij diverse stoffen zorgt dit juist voor extra beschadiging van de slokdarm. Neem direct contact op met uw dierenarts. Deze kan u vertellen of u zelf al iets kunt doen of dat u zo snel mogelijk naar de praktijk moet komen. Houd indien mogelijk het verpakkingsmiddel van de opgenomen stof of het kaartje van de desbetreffende plant bij de hand zodat u de dierenarts precies kunt vertellen om welke stoffen het gaat.

Dierenziekenhuis Groningen.

Jaargang 15, nr. 2: Virusziektes bij de kat

Virusziektes bij de kat, een levensgevaarlijk trio!!

Er zijn zeer veel katten in Nederland, zo ook in Groningen. Ook deze zomer zat het asiel weer overvol. Het aantal zwerfdieren neemt ook toe. Hierdoor neemt ook het risico op een aantal gevaarlijke kattenvirussen toe. Deze virussen hebben vaak een vervelend ziekteverloop en een droevig einde. In dit stuk zullen we meer informatie geven over deze enge virussen maar natuurlijk ook hoe we dit verder kunnen voorkomen.

Katten AIDS (FIV)
AIDS komt niet alleen bij mensen voor, maar ook bij katten. Net als HIV onderdrukt katten AIDS het immuunsysteem en maakt de kat op die manier vatbaar voor infecties. Het virus is ongevaarlijk voor de mens.
Katten AIDS staat ook bekend onder de naam Feline Immuno-deficiency Virus (FIV).
FIV nestelt zich in de cellen van de kat. Het wordt ingebouwd in de genetische informatie waardoor elke geïnfecteerde kat het virus levenslang zal dragen.
Zelfs bij ogenschijnlijk gezonde katten is het virus aan te tonen in het bloed.
FIV wordt voornamelijk via het bloed overgedragen. Krab- en bijtwonden zijn daarom het gevaarlijkst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vooral niet-gecastreerde katers en zwerfkatten het virus oplopen. Een drachtige poes kan het virus ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens.
Overdracht via handen, schoenen en kleren is zo goed als uitgesloten.
Het menselijke AIDS virus is ongevaarlijk voor de kat.
Tegen FIV bestaat helaas geen vaccin.
Het enige wat je op dit moment kan doen om het virus te voorkomen is de katten binnen houden zodat ze niet met andere besmette dieren in contact kunnen komen.
Is een kat toch aangetast, houdt die dan zoveel mogelijk apart.
Het is daarom ook van het grootste belang dat katers die buiten komen gecastreerd zijn en dat het aantal (ongecastreerde) zwerfkatten zo veel mogelijk beperkt wordt.
De ziekte kent verschillende stadia waarbij er een toenemende zwakte van het afweersysteem optreedt. Een kat kan jaren besmet zijn met het virus zonder dat het duidelijke klachten heeft en op deze manier ongemerkt erg veel andere katten besmetten.
Behandelingen zijn slechts uitstel van executie, maar kunnen de laatste maanden in het leven van de kat wel draaglijker maken. Katten met AIDS kunnen met een goede verzorging soms nog jaren leven.
FIV is te diagnosticeren met behulp van bloedonderzoek. Er wordt wat bloed afgenomen van de kat en binnen enkele minuten is de uitslag bekend.

Feline Leukemie Virus
Een andere voor de kat meestal dodelijke virusziekte is FeLV (Feline Leukemie Virus) of leucose. Het virus kan een leukemie, maar ook tumoren in lever, nieren, buikvlies of milt veroorzaken. Maar de ziekte tast vooral het immuunsysteem van de kat aan, waardoor ze gevoeliger zijn voor andere infecties.
Vooral speeksel bevat hoge concentraties virus. FelV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact met andere katten overgedragen maar kan dat ook door een bijtwond met vechten.
Niet alle katten die besmet raken met het virus worden ziek. Gezonde, sterke katten met een goed immuunsysteem kunnen het virus bestrijden en overwinnen.
Deze katten scheiden geen virus uit en worden er niet ziek van.
Katten die het virus niet kunnen overwinnen maar nog niet ziek zijn worden dragers genoemd, ze zijn wel besmettelijk voor andere katten.
De FeLV ziekteverschijnselen kunnen heel divers zijn, afhankelijk van waar eventuele tumoren zich bevinden en welke organen aangetast zijn.
Ook het FeLV virus wordt met bloedonderzoek aangetoond.
Er is een vaccinatie beschikbaar tegen FeLV maar is deze zeker niet 100% betrouwbaar. Heel belangrijk is het dat eventuele dragers door middel van een bloedtest opgespoord worden!
FeLV is helaas niet te genezen. Hoelang de kat nog kan leven is afhankelijk van de symptomen en zijn weerstand. De kat moet in elk geval apart gehouden worden van andere katten, dit betekent dat hij ook niet naar buiten mag!

Tot slot de laatste virusziekte van dit trio:

FIP: Feline Infectieuze Peritonitis
FIP is een virusziekte die wordt veroorzaakt door een (gemuteerd) coronavirus. Een coronavirus is in eerste instantie onschuldig en veroorzaakt alleen wat lichte diarree. Echter als het muteert dan kan de ziekte FIP ontstaan. Een deel van de katten die ooit een infectie met corona hebben doorgemaakt kan drager blijven, het virus blijft dan aanwezig in het lichaam. Deze katten zijn hier niet ziek van maar ze kunnen het virus wel verspreiden. Onder bepaalde omstandigheden kan het virus gaan muteren tot een kwaadaardige variant. Dan pas spreken we van FIP. Stress speelt hierbij een belangrijke rol. Een kat kan zich besmetten met coronavirus door ontlasting, speeksel en urine.
Er zijn 2 vormen van FIP:
• De natte vorm. Dit is een acute vorm waarbij kleine bloedvaten vocht gaan lekken en er vrij vocht in de buikholte en/of borstholte ontstaat. Katten met deze vorm van FIP zijn erg ziek. Ze hebben vaak hoge koorts en een dikke buik. Ze kunnen benauwd zijn als er vocht in de borstholte aanwezig is.
• De droge vorm. Dit is de chronische vorm waarbij er in verschillende organen door het hele lichaam kleine ontstekingshaarden ontstaan. Veel voorkomende organen zijn de lever, de nieren, de ogen en de hersenen.
De symptomen van FIP zijn heel erg divers. Bij jonge katten zie je vaak een groeiachterstand.
De diagnose voor FIP is heel moeilijk te stellen. Via bloedonderzoek zijn antilichamen tegen het coronavirus te bepalen. De zogenaamde “titer”. Echter deze bloedonderzoeken kunnen geen onderscheid maken tussen antilichamen tegen het onschuldige coronavirus en antilichamen tegen het FIP virus. De aanwezigheid van antilichamen in het bloed zegt dus niets over het wel of niet hebben van FIP. Het betekent alleen dat de kat een keer in zijn leven in aanraking is geweest met het coronavirus.
Door middel van andere bloedonderzoeken kun je aanwijzingen krijgen dat er FIP is, echter geen van deze onderzoeken is specifiek voor een FIP besmetting.
De definitieve diagnose FIP kan alleen gesteld worden door het aantonen van virus in weefsels. Dit kan dus alleen via biopten uit organen of bij sectie van een overleden dier.

Uit bovenstaande blijkt dat veel ellende te voorkomen is door katten op tijd onvruchtbaar te maken, bloedtesten te doen, stress bij katten te vermijden en vooral het aantal zwerfkatten te verminderen.
Dus laat uw katten “helpen” en indien nodig testen, zodat niet alleen uw kat maar alle katten van Groningen een langer en gezonder leven leiden.

Want een gezonde kat is een “Clean Cat”!

Dierenziekenhuis Groningen.